Meerdere mensen op jouw internetaansluiting? Geen excuus bij een auteursrechtinbreuk.

Hof van Justitie: houder van een internetaansluiting waarmee, door ‘peer to peer filesharing’, inbreuken zijn gemaakt op het auteursrecht, kan zich niet met de enkele stelling dat ook andere familieleden hiertoe toegang hadden, onttrekken aan zijn aansprakelijkheid.

Het Hof heeft deze week in zijn arrest duidelijkheid verschaft over de vraag of een nationale wettelijke regeling (een Duitse in dit geval) op grond waarvan de houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken -door filesharing- op het auteursrecht zijn gemaakt niet aansprakelijk kan worden gesteld indien deze aanvoert dat een ander gezinslid ook toegang had tot deze internetaansluiting, door de beugel kan.

Auteursrecht en ‘peer to peer filesharing’

Duitse uitgeverij Bastei Lübbe heeft als producent van fonogrammen het auteursrecht (en naburige rechten) op een audioboek. Michael Strotzer is houder van een internetaansluiting waarmee het audioboek is gedeeld met een onbeperkt aantal gebruikers van een internetsite voor file-sharing. Een duidelijke inbreuk op het auteursrecht van Bastei Lübbe. De uitgeverij heeft naar aanleiding hiervan Strotzer gesommeerd de auteursrechtelijke inbreuk per direct te stoppen. Hier werd echter geen gehoor aangegeven waardoor Bastei Lübbe zich genoodzaakt voelde naar de Duitse rechter te stappen om een schadevergoeding te vorderen. Bij de rechter stelt Strotzer dat hij zelf geen inbreuk zou hebben gemaakt op het auteursrecht. In zijn betoog voert hij onder andere dat hij niet als enige toegang had tot de internetaansluiting. Zijn ouders, die in dezelfde woning woonachtig waren, hadden immers ook toegang tot de aansluiting. Wellicht was het zijn vader die op illegale wijze het audioboek ter beschikking stelde!? Frappant is dat hij geen nadere details verstrekt omtrent het tijdstip waarop deze aansluiting zou zijn gebruikt door (één van) zijn ouders noch omtrent de aard van het gebruik ervan. Volgens de Duitse rechter zou uit jurisprudentie betreffende het grondrecht op bescherming van het gezinsleven echter voortvloeien dat dit verweer van Strotzer voldoende is om zijn aansprakelijkheid uit te sluiten. In andere woorden: de enkele stelling dat ook andere mensen toegang hadden tot de internetaansluiting waarmee de inbreuk is gemaakt, is volgens de Duitse rechter voldoende om onder een veroordeling uit te komen.

Handhaving van Auteursrecht

Het Hof is gisteren tot een andere conclusie gekomen dan de Duitse rechter. Het Hof is van oordeel dat het Unierecht zich verzet tegen een nationale wettelijke regel op grond waarvan de houder van een internetaansluiting - Strotzer in dit geval - zonder enige nadere informatie te verstrekken niet aansprakelijk kan worden gesteld indien hij stelt dat een gezinslid ook toegang had tot de aansluiting waarmee de inbreuk op het auteursrecht is gepleegd. Een dergelijk verweer volstaat dus niet meer!

Intellectueel eigendom vs. eerbiediging van privé- en gezinsleven

Hoe is het Hof nou tot dit oordeel gekomen? In het arrest geeft het Hof aan dat zij tracht een juist evenwicht te vinden tussen het recht op bescherming van het privé- en gezinsleven enerzijds, en het auteursrecht anderzijds. De Duitse regel waarmee de houder van de internetaansluiting zich met het enkele verweer dat ook andere familieleden toegang hadden, kan onttrekken van aansprakelijkheid, impliceert dat de auteursrechthebbende vrijwel nooit zijn gelijk zou kunnen halen. Immers; het enkele verweer dat ook andere mensen toegang hadden, is dan genoeg. Het Hof is van oordeel dat deze ‘absolute bescherming’ niet een juist evenwicht waarborgt tussen het auteursrecht en de eerbiediging van privé- en gezinsleven.

Auteursrechtelijke inbreuk of niet?

De enkele stelling dat ook andere mensen toegang hadden tot de internetaansluiting waarmee auteursrechtinbreuken zijn gepleegd, is niet meer voldoende. Dit betekent natuurlijk niet dat je als houder van de internetaansluiting altijd aansprakelijk bent voor inbreuken! Indien je nadere informatie zou kunnen (en willen) verstrekken (bijvoorbeeld over het specifieke tijdstip waarop de ander toegang had of de aard van het gebruik), waaruit naar voren komt dat iemand anders de werkelijke inbreukmaker is, zou het verweer alsnog kunnen volstaan.

Bronnen: