Een ‘no cure no pay’ bemiddelingsovereenkomst, maar toch moeten betalen wegens een boetebeding in de Algemene Voorwaarden. Mag dit?

Ook deze woensdag hebben we weer een blog voor je geschreven met ‘Algemene Voorwaarden’ als onderwerp. We hebben eerder in deze blogserie al wat algemene onderwerpen aangesneden, zoals bijvoorbeeld omtrent ‘het gebruik’, ‘het nut’ en het ‘wel of niet mogen kopiëren’ van voorwaarden.

Deze week belichten we een wat meer specifieke casus met als hoofdvraag of een boetebeding in de Algemene Voorwaarden van een bemiddelingsbureau, welke op basis van het ‘no cure no pay’ principe werkt, geldig is. Stel je bijvoorbeeld eens het volgende scenario voor. Als uitgeverij neem je een recruitment bureau in de arm omdat je maar geen geschikte kandidaten voor die ene vacature vindt. Het recruitment bureau werkt via ‘no cure no pay’. Op het moment dat ze een geschikte kandidaat vinden en de arbeidsovereenkomst tot stand komt, krijgt het bureau pas uitbetaald. Een week nadat je als uitgeverij de bemiddelingsovereenkomst hebt gesloten, vind je bij toeval zelf een perfecte kandidaat en besluit je de opdracht stop te zetten. Een paar dagen later krijg je een factuur in de mail. Op grond van een boetebeding in de Algemene Voorwaarden, vordert het bureau een vergoeding van je. Paniek! Je dacht immers toch echt dat ‘no cure no pay’ betekende dat je pas hoefde te betalen als er een arbeidsovereenkomst werd gesloten. Mag dit zomaar?

Wat is een bemiddelingsovereenkomst?

De bemiddelingsovereenkomst is in de wet geregeld (art. 7:425-7:427 in ons Burgerlijk Wetboek) en is een species van de overeenkomst van opdracht. Bemiddeling houdt in dat de ene partij -de opdrachtnemer- zich tegenover de andere partij -de opdrachtgever- verbindt om als bemiddelaar werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. In dit geval is de recruiter de ‘bemiddelaar’ die tracht een overeenkomst (arbeidsovereenkomst) tussen de opdrachtgever (uitgeverij) en derde (kandidaat) tot stand te brengen.

No cure no pay’ of toch recht op loon?

Hoe zit het nu met de vergoeding voor de bemiddelaar? Laten we eerst eens in de wet kijken. In artikel 7:426, lid 1 BW wordt ons door de wetgever veel duidelijkheid gegeven. Volgens dit artikel geldt als uitgangspunt dat er pas ‘een recht op loon’ ontstaat als de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de derde tot stand is gekomen. Waar lijkt dit nou op? Inderdaad! Een bemiddelingsovereenkomst is in beginsel gewoon een ‘no cure, no pay’ overeenkomst! In andere woorden: zolang de bemiddelaar de bemiddelingsopdracht niet heeft volbracht, heeft deze geen recht op een vergoeding. Als bemiddelaar natuurlijk een ietwat onzeker leven, nu je loon afhankelijk zou zijn van de grillen van je opdrachtgever. Wat als deze nou vroegtijdig besluit om van de opdracht af te zien terwijl jij als bemiddelaar al heel wat kosten heb gemaakt? De wetgever gaat ervan uit dat je als bemiddelaar dan toch recht hebt op een ‘naar redelijkheid vast te stellen’ deel van het loon. Soms kan dit zelfs op het volle loon worden vastgesteld! In artikel 7:411 BW kan je dit teruglezen.

Het opnemen van een boetebeding in Algemene Voorwaarden

In de praktijk zie je dat bemiddelaars dikwijls een boetebeding opnemen in hun Algemene Voorwaarden om er zeker van te zijn dat ze, bij vroegtijdige beëindiging door de opdrachtgever, toch (een gedeelte) betaald krijgen. Via het opnemen van een dergelijk contractueel beding in je voorwaarden is het mogelijk om al bij voorbaat de verschuldigde schadevergoeding te fixeren en tegelijkertijd je opdrachtgever aan te sporen er niet vroegtijdig vandoor te gaan. Het behoeft weinig toelichting dat dit veel voordelen heeft voor jou als bemiddelaar en een groot deel van de onzekerheid kan wegnemen. Door immers als bemiddelaar bij voorbaat (namelijk in je voorwaarden) de financiële consequenties van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst te regelen, laat je de hoogte van het te betalen bedrag niet afhangen van een onzekere gerechtelijke procedure. Je weet immers nooit precies van te voren wat de rechter onder ‘een redelijk loon’ zal verstaan.

Consumenten of professionele opdrachtgevers

Indien je als bemiddelaar van plan bent een boetebeding in je Algemene Voorwaarden op te nemen is het nog wel even cruciaal om je ervan te vergewissen of jouw klanten uit consumenten dan wel uit professionele opdrachtgevers bestaan. Alhoewel een boetebeding wel geldig is bij een professionele opdrachtgever, kan het heel goed zijn dat een dergelijk beding bij consumenten als ‘oneerlijk’ wordt gekwalificeerd. Ofschoon het boetebeding noch op de grijze lijst, noch op de zwarte lijst voortkomt, is elke Nederlandse rechter (in navolging van het Heesakkers/Voets-arrest) gehouden om ambtshalve te beoordelen of een boetebeding oneerlijk is. Ook indien de consument in een procedure dus niets aanvoert omtrent dit beding, zal de rechter moeten bespreken of het beding oneerlijk is of niet. Dit vormt zeker een risico voor jou als bemiddelaar. Maar vrees niet: ook in het geval dat het beding als ‘oneerlijk’ wordt gekwalificeerd, heb je op basis van artikel 7:411 BW nog steeds recht op een redelijk loon bij voortijdige opzegging. Je staat dus nooit helemaal met lege handen!